Uit recent onderzoek van het CBS (2024) blijkt dat 3,4% van de mannen in het afgelopen jaar te maken heeft gehad met fysiek huiselijk geweld – een cijfer dat dicht in de buurt komt van het percentage vrouwen (3,8%). Toch melden mannen zich veel minder vaak bij instanties. Hoe kunnen professionals in de GGZ en jeugdzorg deze groep beter herkennen en ondersteunen?
De blinde vlek
Huiselijk geweld wordt vaak geassocieerd met vrouwen als slachtoffer en mannen als pleger. Deze aanname zorgt voor een blinde vlek in de hulpverlening en preventie. Vivienne de Vogel, onderzoeker bij De Forensische Zorgspecialisten en auteur van het boek Geweld door vrouwen, benadrukt: "Geweld door vrouwen is vaak minder zichtbaar en anders van aard dan geweld door mannen. Denk aan psychisch geweld, controleren, isoleren, vernederen of valse beschuldigingen."
De cijfers
Uit de Prevalentiemonitor van het CBS (2024) blijkt:
-
3,8% van de vrouwen en 3,4% van de mannen ervaren fysiek geweld in het afgelopen jaar.
-
Bij dwingende controle (een ernstige vorm van huiselijk geweld) liggen de cijfers ook dicht bij elkaar: 1,6% van de vrouwen vs. 1,1% van de mannen.
-
Toch doen slechts 3% van de mannen die met huiselijk geweld te maken hebben aangifte. Vaak uit angst voor valse beschuldigingen of het verliezen van contact met hun kinderen.
Jeroen Traas, voorzitter van de stuurgroep Mannenmishandeling, bevestigt: "De schattingen over mannen die te maken hebben met huiselijk geweld lopen uiteen, maar recente cijfers suggereeren dat het aantal slachtoffers best eens hoger kan liggen dan de eerder aangenomen 80.000 mannen per jaar. Bijna net zo vaak als vrouwen."
Waarom blijft mannenmishandeling onzichtbaar in de ggz?
1. Schaamte en taboe
Mannen ervaren dubbele schaamte: niet alleen over het geweld zelf, maar ook over het feit dat ze zich als slachtoffer presenteren. "Als man laat je je toch niet slaan of misbruiken?" is een veelgehoorde reactie. Deze maatschappelijke vooroordelen zorgen ervoor dat mannen hun ervaringen vaak verzwijgen of bagatelliseren.
2. Gebrek aan kennis bij professionals
Traas signaleert dat veel hulpverleners in de GGZ en jeugdzorg onvoldoende kennis hebben over mannen als slachtoffer: "Omstanders of de politie zijn eerder geneigd om te denken dat de man de pleger was en de vrouw het slachtoffer. Terwijl dat niet altijd zo duidelijk is."
3. Beperkte opvangmogelijkheden
Op dit moment zijn er slechts 40 opvangplekken voor mannen die te maken hebben met huiselijk geweld, vergeleken met 1000 plekken voor vrouwen. Traas: "40 plekken is weinig, maar de realiteit is ook dat de hulpvraag niet altijd aansluit bij het aanbod. Mannen melden zich minder vaak, en als ze dat wel doen, is de opvang niet altijd afgestemd op hun behoeften."
Hoe uiten mannenmishandeling en trauma zich?
Uit onderzoek van De Vogel blijkt dat geweld door vrouwen vaak anders van aard is dan geweld door mannen:
-
Psychisch geweld: Vernederen, controleren, isoleren, valse beschuldigingen.
-
Verbaal geweld: Schelden, dreigen, manipuleren.
-
Fysiek geweld: Minder frequent, maar niet afwezig.
Psychisch geweld is niet minder schadelijk dan fysiek geweld. De Vogel: "Kinderen die getuige zijn van psychisch geweld kunnen zelf psychische problemen ontwikkelen, zoals angst, depressie of verslavingsgedrag. De impact is vaak diep en langdurig. In de ggz zien we dat trauma bij mannenmishandeling vaak onderbelicht blijft, terwijl het net zo’n grote impact kan hebben als bij vrouwen."
Wat kun je doen als professional?
Mannenmishandeling herkennen vraagt om bewustzijn, een open houding en gerichte aandacht. Hier zijn 5 concrete tips om direct mee aan de slag te gaan:
1. Stel open vragen
Vermijd aannames en stel neutrale, open vragen om geweld bespreekbaar te maken:
-
"Hoe voelt u zich in uw relatie?"
-
"Ervaart u weleens situaties waarin u zich onveilig voelt?"
-
"Hebt u weleens te maken gehad met gedrag van uw partner dat u als bedreigend of controlerend ervaart?"
2. Wees alert op signalen van psychisch geweld
Psychisch geweld is vaak minder zichtbaar, maar net zo schadelijk. Let op:
-
Isolatie: De man lijkt sociaal geïsoleerd of heeft weinig contact met vrienden/familie.
-
Controlegedrag: De partner bepaalt wat de man wel/niet mag doen, zoals uitgaan, vrienden zien of financiële keuzes maken.
-
Valse beschuldigingen: De man wordt beschuldigd van gedrag dat niet klopt (bv. ontrouw zijn, slechte ouder zijn).
-
Emotionele uitputting: De man toont tekenen van depressie, angst of vermoeidheid zonder duidelijke oorzaak.
3. Zet de genderbril af
Veel professionals hebben onbewust een ‘genderbril’ op: ze gaan ervan uit dat de man de pleger is en de vrouw het slachtoffer. Check je eigen aannames en vraag je af:
-
"Zou ik deze situatie anders benaderen als de rollen omgedraaid waren?"
-
"Baseer ik mijn oordeel op feiten of op vooroordelen?"
4. Normaliseer het gesprek
Maak het bespreekbaar door schaamte te verminderen:
-
"Het komt vaker voor dan je denkt dat mannen te maken krijgen met geweld in een relatie."
-
"Het is niet zwak om hulp te vragen. Het is juist sterk."
5. Wees bekend met hulpverlening voor mannen
Zorg dat je weet waar mannen terechtkunnen:
-
Opvang: Er zijn beperkte opvangplekken voor mannen (bv. via de Stuurgroep Mannenmishandeling).
-
Hulplijnen: Verwijs door naar gespecialiseerde organisaties, zoals Veilig Thuis of De Forensische Zorgspecialisten.
-
Therapie: Trauma-behandeling kan helpen bij het verwerken van geweldservaringen.
Meer weten?
Drakentemmers, onderdeel van GGZ Ecademy, biedt een mini-college (woensdag 16 september van 10.00 tot 12.00 uur) en casus learning (woensdag 7 oktober van 10.00 tot 12.00 uur) aan over dit thema: Hij telt ook: Mannenmishandeling en trauma.
